De Franse filosoof Bernard-Henri Lévy had het enkele decennia geleden al over de “uitroeiing van de stilte”. We worden voortdurend overstelpt met beeldflitsen en geluidsoverlast. Sommige mensen gaan op zoek naar een tegengif en koesteren een verlangen naar de afwezigheid van prikkels. Dit vertaalt zich in het volgen van enkele sessies yoga of het installeren van een app mindfulness op de smartphone, een trage pelgrimstocht of een verblijf in een stilte-abdij. In dezelfde lijn ligt de aandacht voor videokunst of het toenemende succes van de composities van Arvo Pärt, muziek die via schaarse en zorgvuldig geplaatste klanken voortbeweegt op een meditatief tempo.

Dit diepmenselijke heimwee naar stilte gaat ook gepaard met een zoektocht naar het spirituele. De klassieke grenzen tussen kunst en mystiek, tussen geloof en atheïsme, tussen westerse en oosterse tradities worden daarbij steeds vager.

De Duitse theoloog Rudolf Otto introduceerde reeds in 1925 het begrip “Mysterium tremendum et fascinans”, het mysterie dat doet huiveren en terzelfder tijd fascineert. Zowel in de kunst als in de mystiek maakt de angstaanjagende leegte deel uit van die fascinerende ervaring. Joost Zwagerman vertelt over de jonge docent kunstgeschiedenis Henk van Os die op doorreis naar Italië in Bazel voor het eerst stuitte op het werk van Mark Rothko. “Hij verloor zichzelf in een bedding van licht en kleur, nooit eerder had hij zich gerealiseerd wat hij in kunst zocht. Nu wist hij het: opgaan in een verheven stilte, ontkomen aan jezelf in sublieme rust.” De mystieke dichters, zowel in west als oost, getuigen van dezelfde dubbelzinnigheid: de nachtzijde van het bestaan die alle vaste grond onder onze voeten of iedere rationele controle ondermijnt en terzelfder tijd een immens gevoel van bevrijding geeft.

Dit “ontkomen aan jezelf” is binnen de theologische traditie beter bekend als de kenosis of zelf-ontlediging. Dit lijkt een ietwat verouderde idee maar niets is minder waar. Uit het essay “Disparaître de soi” uit 2016 van David Le Breton blijkt overduidelijk dat in onze hectische en veeleisende wereld heel wat mensen de psychologische behoefte ervaren hun bewustzijn te laten leegstromen, het zelf grondig schoon te maken, niets meer te willen, om vanuit die oeverloze leegte het leven een nieuwe richting te geven. In het Westen hebben we een rijke monastieke traditie met een sterke concentratie op inkeer en contemplatie. Monniken zonderden zich af in vaak onontgonnen gebieden om hun leven te wijden aan gebed en meditatie. De cisterciënzer architectuur is daar ongetwijfeld de meest volmaakte uitdrukking van. Maar ook binnen de oosterse tradities is de stilte een belangrijke component. Beroemd binnen het zenboeddhisme is de bloemenpreek. Boeddha hield zich in een volkomen stilzwijgen en had enkel maar een lotusbloem voor zich. De volgelingen waren totaal in de war totdat een van hen, Mahakasyapa, dit gebaar beantwoordde met een glimlach. Toen gaf Boeddha hem de bloem. Ook dit verhaal bevestigt het belang van woordeloze communicatie en diep stilzwijgen.

Daarbij aansluitend stellen we vast dat het goddelijke bij de grote mystici nooit een naam krijgt, niet om de aanwezigheid ervan te ontkennen, maar omdat ze zich intuïtief verzetten tegen illusoire beelden die te sterk zijn gekleurd door onze antropomorfe voorstellingen. Het Bijbelse gebod “Maak geen godenbeelden” is duidelijk een bevestiging van die intuïtie. Een sublieme hedendaagse vertaling van dit aanvoelen vinden we in de Kapel van het Niets in het Psychiatrisch Centrum van Duffel, een ontwerp van Thierry De Cordier. Die is bedoeld als een stille ruimte waar patiënten of bezoekers zich even kunnen terugtrekken. Of hoe een oefening in verstilling altijd heilzaam blijkt te zijn.

• Katleen Vanbesien

VERNISSAGE
Expo Stilte
Roeselare
29 sept 2018
Sint-Jozefskerk

Wat is stilte? Is het alleen de afwezigheid van geluid, nul decibel?
Waarom erover praten, als met elk woord de stilte doorbroken wordt?
Volmaakte stilte bestaat niet in natuurlijke omstandigheden op aarde. Het zou ons bovendien tot waanzin drijven, omdat wie in een geïsoleerde ruimte verblijft, na een tijd gek wordt door het geluid van eigen ademhaling en bloedsomloop.
Stilte wordt beschouwd als de oorsprong van alle geluid en de oneindige leegte waarin alle menselijk lawaai en geruis uiteindelijk oplost.
De afwezigheid van geluid heeft zelf geen betekenis, maar wordt er slechts mee opgeladen door wat eraan vooraf is gegaan, of door wat erop volgt. Nooit is die betekenis eenduidig, altijd is ze subjectief, voor interpretatie vatbaar. Het is een vacuüm dat per definitie niet kan worden opgevuld. Die kwetsbare, blootliggende leegte van tijd, die soms kan provoceren door haar nutteloze, van betekenis verstoken ‘er zijn’.
Elke muzikant of dichter heeft er wel eens op gewezen, van Louis Armstrong tot Debussy: het zijn de stiltes, de open ruimtes tussen de noten of tussen de woorden die zorgen voor ritme en metrum, voor betekenis en muziek. MRI-scans laten trouwens zien dat de hersenactiviteit bij het beluisteren van muziek het grootst is tijdens de stiltes.
Kunnen we stilte enkel horen?
Wie heeft stilte ooit gezien? Hoe kan je ze verbeelden?

We leven in een tijd van overprikkeling, oogverblinding en oorverdoving. Dagelijks worden we overspoeld door beelden en geluiden, informatie en impulsen die we niet in rust kunnen verwerken. De voortdurende ruis en rumoer die permanent de aandacht eisen, vermoeien. De stress en slapeloosheid die wordt veroorzaakt door verkeers- en geluidsoverlast dragen jaarlijks bij aan vele duizenden hartaanvallen.

In de dagelijkse ruis van zoveel informatie, stemmen en vragen die op ons afkomen, snakken we af en toe naar rust. Naar met rust gelaten worden, even alleen zijn. Stilte om tot onszelf te komen, indrukken te laten bezinken, alle gerucht te filteren. Met het verdwijnen van de stilte is het verlangen ernaar ook toegenomen. Naar de stilte die een leegte is, waar er weer ruimte is voor jezelf.

Stilte is zo kostbaar. Wetenschappers hebben via onderzoek op ratten vastgesteld dat stilte zelfs noodzakelijk is voor de ontwikkeling van nieuwe hersencellen. Stilte helpt ons dus om iets nieuws te maken, uit het Niets.

Tegelijk beangstigt de leegte van de stilte veel mensen. Wie te lang alleen is, kan zich eenzaam voelen, verstomt zelf ook. Maar eenzaamheid kan je ook ervaren midden een massa volk. Zo moet het ook mogelijk zijn om weldadige stilte te ervaren in de onrust en het lawaai van elke dag.


Stilte intensiveert het gevoel, maar vervaagt besef van tijd. Stilte is een vrije zone, een ontvankelijke leegte die in ons dagelijkse leven vol geschreeuw en alomtegenwoordig geluid steeds schaarser wordt. In de verstomming, in de stilte van wat ons verstand te boven gaat, bevindt zich schoonheid, verlangen, poëzie.

Stilte roept openheid op, weidsheid en ruimte. Stilte kun je niet alleen horen, maar ook ‘zien’. In een weids, verlaten landschap. In een verstilde compositie van een stilleven. In een van elke verwijzing of betekenis ontdaan abstract werk van kleuren. Om stilte te schilderen of weer te geven, zijn concentratie en rust van belang.

Een stil schilderij kenmerkt zich door lichtobservatie en de waarneming van schaduw. Zoals in de stillevens van Zurbaran of Morandi, hun composities met alledaagse voorwerpen die geheel in zichzelf volstaan. Composities van vormen, lijnen, kleuren. Er is geen onrust. Er is balans. Stilte is als een ogenblik in de tijd waarop alles stilstaat. Vertraagd wordt, ook al is het maar heel even. Er speelt een vertragend licht in die schilderijen. Dergelijke beelden hebben grote impact in hun zwijgende veelzeggendheid, of hun welsprekende stilte.

Echt grote kunst brengt een gevoel van zelfoverstijging teweeg, wanneer je vergeet dat je er bent, net die ervaring die je ook voelt wanneer je je overlevert aan de stilte.

Het sublieme is dat wat met verstomming slaat. Stilte houdt verband met verwondering voor de wereld en het leven. De diepe kleurvlakken in de schilderijen van Rohko roepen dit als geen ander op. Het zijn poelen van energie, waar je als je de tijd neemt, wordt in gezogen.

Stilte inbouwen is tijd nemen voor reflectie, inkeer, ruimte voor wat niet direct onder woorden te brengen is. Concentratie, aandacht. Een naar binnen gericht soort luisteren. Alsof je het oor van de geest afstemt op je innerlijk, je oriënteert op een zekere inwendige rust.

De nood aan stilte is immers altijd ook een zoektocht naar een diepere, existentiële en spirituele dimensie, over alle religies of culturele achtergronden heen.

Stilte was ooit vanzelfsprekend, en wat vanzelfsprekend is krijgt geen woorden.

Maar stilte veroorzaakt ook angst, onrust. Angst voor de leegte, voor het onbekende, voor dat wat we liever niet in de ogen kijken. En voor de ultieme vraag: Wie ben ik als mens? Om stil van te worden en te beseffen: niet alles moet en kan worden gezegd. Stilte kan onbehagen, vervreemding, angst oproepen. Beladen zijn. De stilte van een rotsblok is archetypisch en letterlijk een monoliet. De zwaarte van de stilte die een reusachtig eeuwenoud rotsblok omgeeft, is immens. De rust die van een grote oude boom uitgaat, de stilte waarmee die zich omringt, kan een gevoel van geborgenheid geven, van ontzag ook.

Stilte komt in vele vormen.

Wat ik zo fascinerend vind, is de ondefinieerbaarheid ervan. Stilte laat zich niet vastleggen. Het is een afwezigheid van woorden en geluid, en tegelijk valt ze niet te negeren. Een ongemakkelijke stilte zal liefst snel doorbroken worden, waardoor ze vaak nog pijnlijker aanvoelt.

Maar hoezeer verschilt de stilte van het taboe en verzwijgen van de sprakeloze stilte bij het beleven van iets buitengewoons, het ervaren van een diepe ontroering?

Hoe anders de sfeer van verwachting en alertheid bij het wachten op de afroeping van prijswinnaars, of de stilte van de aanwezigen bij een begrafenis. De scherpe stilte van concentratie bij de atleet die op het punt staat een record te breken. De eerbiedige stilte bij het betreden van een heiligdom, van welke religie ook. De warme, liefdevolle stilte van verbondenheid van kersverse ouders die hun pasgeboren kindje bekijken, een wonder waarvoor woorden tekort schieten. De beladen stilte vol emoties aan het sterfbed van een geliefde.

De collectieve stilte van verbondenheid in verdriet en woede, stilte die de draagkracht vergroot, bij een gezamenlijke herdenking van groot onrecht, de Eerste Wereldoorlog, de aanslagen in Brussel, het respect betuigd voor een groot mens. Zoals het stadion dat zweeg bij de dood van Nelson Mandela.

Soms is iets te groot voor woorden. Maar we kunnen er samen bij aanwezig zijn en dat is op zich helend. Ik kan er erkenning aan geven, door er in stilte bij te zijn, door het te laten zijn.


Hoe dan de stilte verbeelden? Door steeds meer weg te laten, leegte te creëren? En wat blijft er dan nog over? Alleen een gapend gat, een groot Niets? Een zwijgen dat alles opslokt?

Alsof Rothko bleef streven naar het creëren van een nieuwe, ‘eeuwige’ beeldtaal waarna elke denkbare figuratie in de kunst voorgoed overbodig en achterhaald zou zijn. Het ultieme, sublieme. Waarna alleen de ruisende stilte zou overblijven, want alles is gezegd en verbeeld, er blijft niets meer over.

En toch.

En toch is de kunst niet gestopt met Rothko, de muziek niet uitgedoofd na het minimalisme. Als kunst expressie is, dan is elke kunstuiting een poging om de stilte te doorbreken. Zoals John Cage zelf zei: “Wat we eisen, is stilte. Maar wat de stilte van me vraagt is dat ik blijf spreken.” Van Luc Tuymans is de uitspraak: “Schilderijen moeten, willen ze effect hebben, de immense intensiteit van stilte hebben, een opgevulde stilte of leegte.” Elke stilte, in en buiten de omlijsting van een schilderij of buiten de contouren van een sculptuur, lijkt een eigen dynamiek op te eisen. In de stilte slaat de slinger heen en weer tussen alle tegenstellingen. In de stilte worden alle tegenstellingen overstegen, de dualiteit opgelost. De focus bij het creëren, het scheppen van iets wat er daarvoor nog niet was, vereist èn veroorzaakt een weldadige innerlijke stilte. Een stilte van onverdeelde aandacht, diepe concentratie, een opgaan in het werk van je handen. ‘Luisteren’ naar het materiaal waarmee gecreëerd wordt.

Stilte is het enige fenomeen dat nutteloos is, dat niet past in de wereld van winst, dat niet geëxploiteerd kan worden, dat gezien wordt als waardeloos. Terwijl het net verbindend en heilig is. Stilte is heilige nutteloosheid.

Het ondoorgrondelijke spel van kleur, lijnen, vlakken en materialen kan iets aanwezig stellen dat eigenlijk ontoonbaar en onzichtbaar is. De stilte zorgt voor samenhang en tegelijk doorbreekt ze die. Ze is helend en pijnlijk, bedrukkend en bevrijdend, en zolang de mens expressie geeft aan wat hem beroert, wordt ze doorbroken, uitgesteld en opgeschort.

Kunst spreekt voor zich.

Kunst spreekt tot ons.

In alle stilte.

• Virginie Platteau

Aanbevolen literatuur en
websites voor meer informatie

BONNEURE, Kristien, Stil Leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden, Lannoo, 2014.

CRAWFORD, Matthew B., De wereld buiten je hoofd – een filosofie van de aandacht, De Bezige Bij, 2015.

DEWULF, David, Mindfulness werkboek, Lannoo, 2018.

FRERIKS, Kester, Stilte, ruimte, duisternis – verkenningen in de natuur, Atheneum – Polak & Van Gennep, 2018.

FRIEDMAN Richard Elliot, De verdwijning van God. Een goddelijk mysterie, Ten Have, 1996.

GAENS Tom en DE GRAUWE Jan, De kracht van de stilte. Geest & geschiedenis van de kartuizerorde, Peeters, 2006.

HENRY Michel, Woorden van Christus, Van Warven, 2016.

HERMSEN, Joke, Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst, De Arbeiderspers, 2009.

JOHNSON William, ‘Into Great Silence: On Philip Gröning’s Absorbing Documentary of Monastic Life in a Remote Corner of the Alps’, in Film Quarterly, 2007, 61(1), pp. 24-29.

KORPEL Marjo en DE MOOR Johannes, De zwijgende God, Skandalon, 2012.

LE BRETON, David, Ode aan het wandelen, Waerbeke, 2018.

MAITLAND, Sara, Stilte als antwoord, Scriptum, 2010.

NHAT HANH, Tich, Luisteren in een wereld van lawaai, Ten Have, 2015.

OTTO, Rudolf, Het heilige. Over het buitensporige van het numineuze, het mysterie dat doet huiveren en fascineert, Abraxas, 2012.

PEETERS Tim, Gods eenzame zwijgers. De spirituele weg van de kartuizers, Carmelitana, 2007.

REIJNDERS Joost, Een reis in stilte. Leven als kartuizers, Ten Have, 2006.

SCHNITZLER, Hans, Kleine filosofie van de digitale onthouding, De Bezige Bij, 2018.

SWINNEN, Luc, Burn out, Davidsfonds, 2012.

VAN DEN BRAEMBUSSCHE, Antoon, De stilte van het onuitsprekelijke. Over beeldcultuur, kunst en mystiek, EPO, 2016.

ZWAGERMAN, Joost, De stilte van het licht. Schoonheid en onbehagen in de kunst, De Arbeiderspers, 2015.

Still. Over verstilling, verbinding, engagement, een halfjaarlijkse uitgave
van de Broeders van Liefde.

Tertio. Geloofwaardig, christelijk opinieweekblad.

www.still-magazine.be
www.debremstruik.be
www.waerbeke.be
www.diegrossestille.de

Als God zich in stilte hult, moet de mens dan zwijgen of spreken?

© Sarah Eechaut • Lost contact | Asem

Stilte is zonder twijfel één van de meest fundamentele elementen van de spirituele en monastieke tradities van het christendom. Binnen het westerse christendom wordt de stilte het meest radicaal in de praktijk gebracht door de kartuizer monniken. Achttien uur per etmaal brengt een kartuizer door in de stilte en afzondering van de eigen cel. Vrij praten met anderen is beperkt tot de recreatie op zon- en feestdagen (duurt drie kwartier), een wandeling op ‘gewone’ maandagen (duurt drie tot vier uur) en de jaarlijkse of halfjaarlijkse grote wandeling met picknick (duurt een volledige dag). De fundamentele intuïtie die schuilgaat achter het belang dat de kartuizers aan stilte hechten is dat het doorheen stilte en eenzaamheid is dat God, en bijgevolg het ware geluk, zich laat vinden.

Sinds 2005 biedt Die große Stille, een film van de Duitse regisseur Philip Gröning, in Vlaanderen uitgebracht onder de Engelse titel Into Great Silence, de mogelijkheid om zich even in de stiltepraktijk van de kartuizers onder te dompelen. Gedurende zes maanden deelde Gröning het leven van de monniken in La Grande Chartreuse, het hoofdklooster van de orde. Het resultaat was een ongebruikelijke film die in vele aspecten helemaal haaks staat op de tijd waarin we leven. Die große Stille duurt 158 minuten. Dat is lang, zeker voor een film zonder plot of zich afwikkelende verhaallijn waarin dezelfde handelingen zich voortdurend herhalen en waarin, buiten hymnen en gebeden, zo goed als niets gezegd wordt. Gröning laat de beelden en de van nature aanwezige geluiden voor zich spreken. Hij heeft geen muziek of extra beeldmateriaal met achtergrond-informatie toegevoegd en onthoudt zich ook van alle commentaar (er is geen voiceover). Het ontbreken van commentaar en uitleg zorgt er voor dat de film ons eigenlijk weinig leert over de mannen die in beeld gebracht worden. Dit is echter de kracht van de film: hij biedt, zoals Gröning expliciet wou, geen informatie, maar een spirituele ervaring, niet enkel een ervaring van stilte, maar ook van het licht en de kleuren in het klooster waar we juist door de stilte aandacht voor hebben.

Zeggen dat Gröning zich van alle commentaar onthoudt, is trouwens niet volledig correct. Doorheen de film verschijnen enkele citaten uit de Bijbel in beeld, witte tekst tegen een zwarte achtergrond. De film begint en eindigt daarenboven met een fragment uit het Eerste Boek Koningen, met name enkele lijnen uit 1 Kon 19, 11 – 13, het citaat dat elders in deze brochure gebruikt wordt om de activiteiten van de Bremstruik onder de noemer “de stilte ervaren” aan te kondigen. Door het fragment over “het gefluister van een zachte bries” (zoals het in de Nieuwe Bijbelvertaling vertaald wordt) zo centraal te plaatsen aan het begin en aan het einde van zijn film, suggereert Gröning dat het volledige leven van de kartuizers dat hij in beeld brengt gericht is op het horen van Gods stem in de stilte en dat deze lijnen uit de Bijbel een legitimatie zijn voor hun praxis van de stilte.

Laat ons daarom even stilstaan bij 1 Kon 19, 11 – 13. De betrokken verzen maken deel uit van de verhalen over Elia. Elia trad op als profeet ten tijde van koning Achab, een koning die het niet zo nauw nam met de wegen van God (zie 1 Kon 16, 30) en wiens vrouw Izebel de cultus van de afgod Baäl stimuleerde in Israël (1 Kon 16, 31 – 33). In het hoofdstuk voorafgaand aan de lijnen die in Die große Stille geciteerd worden (1 Koningen 18) heeft Elia de vertegenwoordigers van Baäl net een verpletterende nederlaag toegebracht, maar daarom staat koningin Izebel hem nu naar het leven en moet hij vluchten. Elia gaat de woestijn in en gaat liggen onder een bremstruik. Hij ziet het allemaal niet meer zitten en wenst te sterven. Na een ervaring met een engel gaat Elia toch opnieuw op weg, gedurende veertig dagen en veertig nachten, tot aan de Horeb, de berg van God, waar hij een grot binnengaat (1 Kon 19, 1 – 9). Daar wordt hij door God zelf aangesproken (“Elia, wat doe je hier?” [1 Kon 19, 9]), beschrijft hij zijn miserabele situatie (1 Kon 19, 10) en wordt opgedragen naar buiten te komen, waarna achtereenvolgens een windvlaag, een aardbeving, vuur en een zachte bries voorbijtrekken. Het is pas bij het horen van de zachte bries dat Elia in de opening van de grot gaat staan en zijn mantel voor zijn gezicht doet (1 Kon 19, 11 – 13), want niemand kan God zien en in leven blijven. Daarna klinkt een stem die de vraag “Elia, wat doe je hier?” opnieuw stelt (1 Kon 19, 13), en Elia herhaalt zijn antwoord (1 Kon 19, 14). Dit keer volgen uitgebreide instructies van God over wat Elia te doen staat (1 Kon 19, 15 – 18), instructies die hij meteen begint uit te voeren (vanaf vers 19).


De theofanie die Elia te beurt valt op de Horeb roept een eerdere theofanie in herinnering. De Horeb, de berg waarover het hier gaat, is geen andere dan de Sinaï, de berg waarop God volgens het Boek Exodus ten overstaan van het ganse volk is neergedaald. De eerdere theofanie op de Sinaï gebeurde met veel spektakel: een storm met donder en bliksem, rook en vuur en aardbevingen (zie Ex 19, 16 – 18). En in het vorige hoofd-stuk van 1 Koningen heeft God zich nog gemanifesteerd met behulp van vuur. Nu lijkt God zichzelf ten aanzien van Elia te corrigeren. Het is alsof Hij te kennen geeft dat Hij zich niet meer zal openbaren met behulp van natuurfenomenen, maar enkel nog maar in de stilte. Alvast volgens Richard Friedman markeert 1 Kon 19, 11 – 13 een belangrijk moment in de geleidelijke verdwijning van God die hij in de Hebreeuwse Bijbel vaststelt. In 1 Koningen 18 vond het laatste openbare wonder plaats en in 1 Kon 19, 15 is het de laatste keer dat de uitdrukking “De HEER zei” voorkomt (zie zijn boek De verdwijning van God, respectievelijk pp. 31 – 32 en p. 34).

Als God zich terugtrekt en in stilzwijgen hult, en daarbij het initiatief steeds meer aan de mensen overlaat (zoals Friedman verdedigt), hoe moeten we daar dan op reageren? Moeten we Hem, zoals de levenswijze van de kartuizers suggereert, volgen in die stilte in de hoop Hem in afzondering en eenzaamheid op het spoor te komen? Bestaat het ware geluk erin de weg naar binnen te bewandelen? Marjo Korpel en Johannes de Moor zijn alvast kritisch ten aanzien van deze optie. In hun boek met als titel De zwijgende God formuleren ze hun kritiek op de weg naar binnen naar aanleiding van het boek Stilte als antwoord van Sara Maitland (dat elders in deze brochure vermeld wordt). “De lezer van Maitlands verslag van haar zoektocht naar stilte,” zo schrijven ze, “realiseert zich al gauw dat haar verlangen om communicatie met de buitenwereld uit te sluiten resulteert in een egocentrische levensbeschouwing” (p. 42). Korpel en de Moor verwijzen voor hun kritiek naar de beroemde protestantse Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die stelde dat het ten diepste onchristelijk is om zich terug te trekken uit de wereld. We moeten God vinden en waarmaken in het midden van het leven van elke dag. Als God zwijgt, dan moeten wij hem hoorbaar maken. Op die manier stellen Korpel en de Moor het probleem alvast op scherp: als God zwijgt en al degenen die in Hem geloven Hem in dat zwijgen achterna gaan, hoe kan God dan nog een verschil maken in de wereld? Of, om tot slot terug te komen op Elia: na de theofanie die hem te beurt viel, stuurde God hem terug met concrete opdrachten. Het was hem blijkbaar niet gegund om blijvend in Gods nabijheid te vertoeven. De verwijzing naar het verhaal van Elia aan het begin en op het einde van Die große Stille is dan ook dubbelzinnig. De figuur van Elia bevestigt enerzijds het belang van de stilte die de kartuizers radicaal in de praktijk brengen, maar lijkt anderzijds toch een impliciete kritiek te suggereren, met name dat contemplatie eigenlijk toch tot engagement in de wereld zou moeten voeren. Het maakt de fascinatie die uitgaat van de film er echter niet minder op. Want wat als de kartuizers het bij het rechte eind hebben en Korpel en de Moor in navolging van Bonhoeffer niet?

• Frederiek Depoortere, Onderzoekseenheid pastoraaltheologie en empirische theologie KU Leuven